archeologie en onderzoek

Initiatiefnemers van bodemingrepen op locaties die in een bestemmingsplan of via een erfgoedverordening zijn aangewezen als archeologisch waardevol, dienen archeologisch vooronderzoek uit te laten voeren.
Het vooronderzoek kan in eerste instantie bestaan uit een bureauonderzoek. Om initiatiefnemers niet al op voorhand te belasten met de kosten van een in verhouding duur booronderzoek, is het aan te raden eerst het bureauonderzoek uit te laten voeren.
Als uit dit eerste vooronderzoek blijkt dat er in een plangebied geen archeologische waarden aanwezig of te verwachten zijn, vervalt een verdere onderzoeksplicht.

    stappenplan archeologie
  1. Bureauonderzoek
  2. Inventariserend veldonderzoek, fase 1:
    • non-destructieve methoden: geofysische methoden
       elektrische, magnetische en elektromagnetische methoden eventueel in combinatie met
       remote sensing technieken (o.a. vanuit de lucht en grondradar);
    • weinig destructieve methoden:
       oppervlaktekartering, booronderzoek, sondering (putjes van maximaal een vierkante meter);
  3. Inventariserend veldonderzoek, fase 2: proefsleuvenonderzoek;
  4. Definitief onderzoek (opgraving) of archeologische begeleiding.